’t Werd tijd. De situatie van de alleenwonenden verschijnt steeds meer op de politieke radar.  Eindelijk voel ik mij niet langer een roepende in de woestijn. Afgaande op de verkiezingsprogramma’s begint steeds meer door te dringen dat de groep singles, vooral in de steden, flink groeit. Meerdere partijen beginnen ook in te zien dat ons fiscaal beleid teveel is afgestemd op gezinnen en niet op individuen.

Het is al sinds 2013 dat ik ijver voor een ‘singlereflex’. Die bestaat erin om bij elke nieuwe beleidsmaatregel even stil te staan bij het effect daarvan op mensen die alleen wonen. Al jaren dring ik aan op een systematische doorlichting van onze bestaande regelgeving. Op die manier kan men de pijnpunten blootleggen en voorstellen uitwerken om alleenstaanden niet langer te benadelen.

In het Brussels Gewest is er alvast een flinke stap in de goede richting gezet. Enkele jaren geleden heeft de Brusselse minister van Financiën Guy Vanhengel (Open Vld) de alleenwonende zonder kinderen als uitgangspunt genomen bij de grondige fiscale hervorming die hij heeft doorgevoerd. Eén op de twee huishoudens in Brussel bestaat uit 1 persoon,  logisch dus dat men rekening houdt met deze realiteit.

Elke partij zou haar verkiezingsprogramma, waaraan nu volop gewerkt wordt, moeten onderwerpen aan een singlestoets. Het is een goede zaak dat dit punt nu een breder draagvlak krijgt en door verschillende partijen wordt overgenomen. Het wegwerken van de discriminaties ten opzichte van alleenwonenden is namelijk iets dat over de partijgrenzen heen moet worden aangepakt.

De groep alleenwoners is zeer divers. Velen onder ons zullen trouwens op een bepaald moment in ons leven alleen komen te staan. Niet iedereen kiest om alleen te wonen of alleen te leven, denk maar aan het overlijden van een partner of aan een relatiebreuk/echtscheiding. Het is een steeds grotere groep mensen, in een veranderende samenleving.  

Die alleenstaanden – al dan niet met kinderen – worden al op een hoop vlakken benadeeld. Het leven als single is een stuk duurder. De vaste kosten zijn zwaar om dragen. Zo kost het evenveel om de woonkamer te verwarmen en te verlichten voor één persoon, als voor een heel gezin. Daarenboven geeft een alleenstaande zonder kinderen gemiddeld 56,3 % van zijn bruto loon af, kan niet makkelijk een hypothecaire lening afsluiten of een woning kopen, kan zich geen loopbaanonderbreking permitteren, heeft minder koopkracht, … En erft een goede vriend of petekind van hem of haar, dan geldt de maximale erfbelasting.

De grootste doorn in het oog van singles zijn de forfaitaire belastingen, die per huishouden en niet per persoon worden betaald. Initiatieven zoals Bart Somers’ Mechelenbon, als compensatie voor de gemeentelijke afvaltaks, of de Brusselse fiscale hervorming van minister Guy Vanhengel tonen alvast de goede weg. Zo schafte het Brussels gewest de forfaitaire gewestbelasting af, evenals de woonbonus. Deze laatste werd vervangen door een fikse korting op de registratierechten. Dat is eerlijker en beter voor iedereen: een onmiddellijke financiële duw in de rug bij de aankoop van een woning in plaats van een fiscaal voordeel waar je 2 jaar op moet wachten.

Eveneens in het Brussels Parlement werd door Open Vld een voorstel van resolutie ingediend om het mogelijk te maken dat een vriend aan familietarief kan erven. Vriendschapsbanden zijn soms sterker dan familiebanden.

Maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Het singlesplan spreekt bijvoorbeeld niet van het zorgverlof dat ik graag uitgebreid wil zien voor zieke alleenstaanden zonder naaste familie of van de uren kraamzorg die per kind en niet per ouder zouden moeten toegekend worden. 

Eén ding is alvast duidelijk, het klassieke gezin kan niet langer (alleen) fungeren als norm bij het opstellen van regelgeving. Naast het nieuw samengestelde gezin is ook de alleenstaande een realiteit in het België van de 21ste eeuw. En alle studies tonen aan dat deze groep de komende decennia wereldwijd nog fors zal toenemen.

Carla Dejonghe

Voorzitter all1 vzw